Word lid Bestel gratis

Eerste Hart Long Hulp (EHLH) afdeling geopend

In het Spaarne Gasthuis, locatie Haarlem-zuid, is kort geleden een speciale afdeling eerste hulp bij hart- en longziekten geopend.

 

De afdeling kwam tot stand door een intensief samenwerkingsverband tussen cardiologen en longartsen van het ziekenhuis. Hierdoor kan er beter en sneller hulpverlening geboden worden.

Een voorbeeld. Benauwdheidsklachten kunnen veroorzaakt worden door longproblemen maar ook door hartproblemen. Een team van long- en hartspecialisten, arts-assistenten en gespecialiseerde verpleegkundigen werken hierbij intensief samen. Hieronder kunt u meer informatie vinden.

Het lijkt zo lo­gisch, maar toch heeft er nog heel wat wa­ter door het Spaar­ne moe­ten stro­men voor­dat in Haar­lem de Eerste Hart Long Hulp (EHLH) tot stand kwam. Car­di­o­lo­gen en long­art­sen van het Spaar­ne Gast­huis in Haar­lem-Zuid wer­ken er sa­men om acu­te en vaak over­lap­pen­de klach­ten zo snel mo­ge­lijk te be­han­de­len.

De drij­ven­de krach­ten ach­ter de EHLH zijn car­di­o­loog Jon Fun­ke Küp­per en long­arts Do­mi­nic Snij­ders. Snij­ders was eer­der werk­zaam in Alk­maar, waar al en­ke­le ja­ren een der­ge­lij­ke eer­ste hulp be­staat.

Fun­ke Küp­per heeft enig ge­duld moe­ten be­trach­ten voor­dat het ook in Haar­lem zo ver was. ,,Toen de fu­sie tus­sen de zie­ken­hui­zen ver­der ge­stal­te kreeg en er een her­ver­de­ling van vak­groe­pen plaats­vond, werd het mo­ge­lijk de EHLH in Haar­lem op te zet­ten. Ik was pret­tig ver­baasd dat het zie­ken­huis daar­voor wat geld uit de ach­ter­zak trok. Het mo­men­tum was daar.’’

,,Ik ben bij de car­di­o­lo­gen be­zig ge­weest en Do­mi­nic bij de long­art­sen. Voor de car­di­o­lo­gen was al dui­de­lijk dat ze naar Haar­lem zou­den ko­men. Voor de long­art­sen nog niet. Maar dat er ver­an­de­ring aan za­ten te ko­men wist ie­der­een al en de ver­an­de­rings­be­reid­heid was er. Dat maak­te het mak­ke­lij­ker om dit te doen. Dit op­zet­ten van­uit een stan­daard­si­tu­a­tie was veel las­ti­ger ge­weest.’’

Op­lei­ding

Naast de bouw­kun­di­ge en tech­ni­sche aan­pas­sin­gen was een van de eer­ste ac­ties het op­lei­den van een ver­pleeg­kun­dig team dat ver­stand heeft van spoed­ei­sen­de hulp bij long- en hart­pro­ble­men. Als je op de hart­be­wa­king werkt, heb je niet au­to­ma­tisch ver­stand van acu­te long­ziek­ten. Car­di­o­lo­gen en long­art­sen be­grij­pen el­kaar wel, maar ook ver­pleeg­kun­di­gen moe­ten over en weer kun­nen sa­men­wer­ken.

Snij­ders: ,,Daar zat nog een heel scho­lingstra­ject aan vast. Van­uit de er­va­ring in Alk­maar wis­ten we al waar de mo­ge­lij­ke ken­nisla­cu­nes za­ten. Het scho­lings­pro­gram­ma voor deze af­de­ling be­stond niet. We heb­ben dat met ho­ge­school In­hol­land op­ge­zet. Er zijn nu me­di­um care-op­lei­din­gen - tus­sen de IC en de ver­pleeg­af­de­lin­gen in - waar ver­pleeg­kun­di­gen ex­tra wor­den op­ge­leid met mo­du­les long en car­dio. Daar­mee is een op­lei­ding spe­ci­fiek voor ver­pleeg­kun­di­gen op de EHLH ont­staan die in ok­to­ber start aan In­hol­land in Am­ster­dam. Er zijn meer zie­ken­hui­zen in den lan­de die over dit con­cept na­den­ken en ge­bruik kun­nen gaan ma­ken van die scho­ling.’’

Fun­ke Küp­per: ,,Het is aar­dig om te zien dat je - als je en­thou­si­ast over iets bent - ook an­de­ren zo ver krijgt dat ze hun gren­zen wil­len ver­leg­gen. Spe­ci­a­lis­ten zijn door­gaans re­de­lijk vast­ge­roest in de com­fort­zo­nes van hun vak­groep en af­de­ling. Nu zit­ten long­art­sen en car­di­o­lo­gen sa­men met hun arts-as­sis­ten­ten op één gro­te art­sen­ka­mer. Als er een pa­tiënt bin­nen­komt en je komt er na on­der­zoek ach­ter: dat lijkt toch meer een an­der pro­bleem, dan is het nu veel mak­ke­lij­ker om met el­kaar te over­leg­gen en de long­arts even mee te la­ten kij­ken. Soms is het ook een ge­za­men­lijk pro­bleem. Een lucht­weg­in­fec­tie of long­em­bo­lie kan bij­voor­beeld het on­der­lig­gen­de pro­bleem zijn van de hart­rit­me­stoor­nis­sen waar­mee ie­mand bin­nen­komt.’’

Ra­der­tjes

Snij­ders: ,,Het gaat voor­al om be­nauwd­heids­klach­ten waar­bij de vraag is: is het een long- of een car­di­o­lo­gisch pro­bleem? Het hart drijft de lon­gen aan en de lon­gen het hart. Bei­de heb je no­dig om zuur­stof rond te pom­pen. Als dat min­der goed gaat, dan uit zich dat in kort­a­de­mig­heid. Op de EHLH wordt be­ke­ken: is het ’t ene ra­der­tje dat pro­ble­men geeft in de aan­drij­ving of ’t an­de­re, of moe­ten we ze al­le­bei aan­pak­ken?’’

,,De kracht van onze af­de­ling is dat we dit hier heel snel kun­nen vast­stel­len en de be­han­de­ling star­ten. Op zich mis­ten we voor­heen die uit­ein­de­lij­ke dia­gno­se niet, maar het duur­de vaak veel te lang.’’ Snij­ders schetst de oude gang van za­ken: ,,Als ie­mand bin­nen­kwam op de eer­ste hulp, werd hij eerst ge­zien door een spe­ci­a­list en ver­vol­gens werd er bloed af­ge­no­men en een foto ge­maakt. Soms werd die­ge­ne dan even op de gang ge­zet om­dat de ka­mer weer no­dig was. Als de car­di­o­loog con­sta­teer­de: het is meer een long­pro­bleem, bel­de hij de long­arts die op dat mo­ment met iets an­ders be­zig was. Als de long­arts dan een half uur la­ter langs­kwam, nam hij op­nieuw bloed af.’’ Hij be­sluit: ,,We ver­an­de­ren hier de me­di­sche we­reld niet, maar we zor­gen er wel voor dat we snel­ler kun­nen scha­ke­len.’’

Wacht­tij­den

Snij­ders: ,,Een paar jaar ge­le­den heb­ben we spie­gel­ge­sprek­ken ge­voerd met men­sen die bij ons wa­ren op­ge­no­men. Wat stel­sel­ma­tig daar­in te­rug­kwam, wa­ren de lan­ge wacht­tij­den op de eer­ste hulp en de lang­du­ren­de on­dui­de­lijk­heid of je zou wor­den op­ge­no­men of niet. Dat is de winst die we hier boe­ken. We gaan bin­nen­kort op­nieuw die ge­sprek­ken aan om te kij­ken of dat in­der­daad zo wordt er­va­ren en wat er ver­der nog be­ter kan.’’

Niet pluis

Fun­ke Küp­per: ,,Ik denk bij­voor­beeld aan huis­art­sen. Als die een 'niet pluis ge­voel' heb­ben, kun­nen een pa­tiënt naar ons door­stu­ren om hem met­een te la­ten on­der­zoe­ken in plaats van een af­spraak te la­ten ma­ken over drie we­ken bij de po­li­kli­niek. Als de si­tu­a­tie niet be­drei­gend is of het pro­bleem is be­han­deld, dan is dat bin­nen een aan­tal uren dui­de­lijk en kan de pa­tiënt weer naar huis. In die zin wer­ken we be­hoor­lijk kos­ten­be­spa­rend.’’

Overgenomen uit:
Haarlems Dagblad
18 mei 2017